ETS2 en de klimaatdoelstelling voor 2040
Zonder ETS2 zal de EU haar klimaatdoelstelling voor 2040 of 2050 niet halen. In overeenstemming met de EU-klimaatwetgeving moet de EU tegen 2050 klimaatneutraliteit bereiken. Voor 2030 geldt een tussentijdse doelstelling om de uitstoot van broeikasgassen met 55 % te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990. Op het moment van schrijven is het politieke proces om een tussentijdse klimaatdoelstelling voor 2040 vast te stellen in volle gang. In juli 2025 heeft de Europese Commissie haar voorstel bekendgemaakt voor een emissiereductie van 90% in 2040 ten opzichte van 1990, maar met een zorgwekkende lange lijst van ‘flexibiliteiten’ voor lidstaten om hun verantwoordelijkheid in de strijd tegen klimaatverandering te ontlopen.
Elke verzwakking van ETS2 zal moeten worden gecompenseerd door een verhoging van de totale emissiereducties van ETS1- of niet-ETS-sectoren om in lijn te blijven met de EU-klimaatdoelstelling voor 2040. Dit betreft voornamelijk de industriële en agrarische sectoren, waar aanvullende emissiereducties gepaard gaan met een reeks politieke en maatschappelijke uitdagingen.
Het is belangrijk om te benadrukken dat ETS2 weliswaar essentieel wordt geacht voor het halen van de klimaatdoelstellingen van de EU, maar alleen zal werken als centraal onderdeel van een beleidsmix. De Verordening inzake de verdeling van de inspanningen (Effort Sharing Regulation – ESR) voor 2021-2030 stelt nationale doelstellingen vast voor elke lidstaat om bij te dragen aan emissiereducties op basis van solidariteit en billijkheid, waarbij rijkere landen met een hoger historisch emissieniveau een groter aandeel in de CO2-reducties moeten leveren. De ESR moet worden verlengd tot na 2030 om lidstaten te blijven stimuleren om aanvullend klimaatbeleid op lokaal en nationaal niveau te ontwerpen en uit te voeren om aan hun specifieke behoeften te voldoen en ambitie te stimuleren, ondersteund door het ETS-kader.

